Partner for Solutions

Near Market

Near Customer

Provider of Choice

Historie

1970 – De aanleg van Dok 7

Voor Dok 7 moest een gigantische bouwput worden gegraven. Deze kreeg een lengte van 500 meter, een breedte van 170 meter en een diepte van 20 meter. In totaal moest 134.000 kubieke meter grond worden verplaatst. In april 1969 werd een begin gemaakt met het betonwerk. Er was zoveel beton nodig dat er op het werfterrein een eigen betonfabriek werd gebouwd. Hiermee kon per uur 120 kubieke meter beton worden geproduceerd. In totaal zou 175.000 kubieke meter beton worden verwerkt in het dok dat een lengte kreeg van 405 meter, een breedte van 90 meter en een diepte boven de kielblokken van 12,5 meter. Op 16 december 1970 was het mammoetdok volledig operationeel en vond in het bijzijn van persmensen uit binnen- en buitenland een proefdokking plaats met de VLCC Esso Europoort, een 348 meter lange tanker van 255.000 dwt die op de nabijgelegen nieuwbouwhelling was gebouwd.

1971 - Fusie

Begin 1971 stuurde een advies commissie van de regering aan op een fusie tussen het Verolme-concern en de Rijn-Schelde Groep. De grote scheepsbouw in Nederland werd gebundeld in de Rijn-Schelde Verolme (RSV) Groep. Al snel bleek dat met name de winst die de Verolme-bedrijven maakten, de kurk was waarop RSV dreef. Enkele jaren later zouden nog uitsluitend de Verolme-bedrijven voor positieve bijdragen zorgen. Met name de oliecrisis in 1973 had tot gevolg dat er voor zowel de scheepsnieuwbouw- als scheepsreparatiesector slechte tijden aanbraken. De reparatieafdeling van de VDSM-werf wist zich nog redelijk te redden, maar bij veel van de andere RSV-bedrijven werden forse verliezen geleden.

1975 - Nieuwe markt

De offshore-industrie had haar intrede gedaan in Noordwest-Europa en dit betekende dat er in deze regio steeds meer booreilanden, kraanschepen, pijpenleggers en andere hulpvaartuigen aan het werk gingen. Ook de Verolme-werf kreeg op het gebied van zowel reparatie als nieuwbouw met deze nieuwe industrietak te maken. Een goed voorbeeld hiervan was de grote verbouwing van de Derrick Barge 22, die in november 1974 aan de werf kwam. Dit kraanvaartuig diende met een nieuwe 880-tons kraan te worden uitgerust. Voordat deze kraan kon worden geïnstalleerd, moest er eerst een nieuwe zware kraanfundatie worden gebouwd. Verder werd van het vaartuig het drijfvermogen door het aanbrengen van extra drijfkasten verhoogd, werd de accommodatie gerenoveerd en moesten er een nieuw helikopterdek en nieuwe lieren worden geïnstalleerd. De opknapbeurt van de Derrick Barge 22 vergde in totaal 4.000 ton staal en werd voor het overgrote deel in Dok 6 uitgevoerd. In mei 1975 kon de Derrick Barge 22 weer aan haar Amerikaanse eigenaar worden opgeleverd. Een ander voorbeeld was het halfafzinkbare booreiland Stadrill dat op 27 december 1975 met flinke bodemschade aan de stuurboordfloater bij de werf arriveerde. De boorgigant werd voor reparatie drooggezet in Dok 7.

1976 - Bouw zelfheffende booreiland

De bouw van een zelfheffend booreiland Panon. Opdrachtgever hiervoor was de staatsonderneming INA-Naftaplin uit Joegoslavië. De kiellegging vond plaats op 22 juli 1976. De lengte van de romp was 64 meter en de breedte bijna 55 meter. Al in september werd de Panon gedoopt en te water gelaten en begin 1977 kon het eiland worden overgedragen aan de eigenaar en naar de Adriatische Zee worden versleept.