Partner for Solutions

Near Market

Near Customer

Provider of Choice

Historie

1957 – Cornelis Verolme oprichter Verolme werven
Een markant scheepsbouwer geboren op 4 september 1900. Hij startte zijn eerste bedrijf Scheepsinstallatiebedrijf Nederland N.V. in 1946 op en nam daarna twee scheepwerven over in Alblasserdam in 1950 en Heusden in 1953. 
De vraag naar steeds grotere schepen deed Cornelis Verolme besluiten zich ook in dit segment te gaan manifesteren. Maar hiervoor had hij wel een nieuwe werf nodig, bij voorkeur aan diep water en dicht bij zee. De gemeenteraad ging in februari 1955 akkoord met de uitgifte van 58 hectare grond voor de aanleg van een nieuwe werf. In 1956 startte Cornelis Verolme met de bouw van de werf aan de Nieuwe Waterweg.
Cornelis Verolme besloot toen ook om al zijn bedrijven samen te brengen onder één overkoepelende organisatie, genaamd Verolme Verenigde Scheepswerven (VVS)/Verolme United Shipyards (VUS).
1957 – Opening VDSM

Precies een jaar na het slaan van de eerste paal, op 27 juni 1957, werd de Verolme Dok- en Scheepsbouw Maatschappij (VDSM) werf officieel in gebruik gesteld door de commissaris van de Koningin in Zuid-Holland, mr. J. Klaasesz. Op dezelfde dag werd ook de kiel gelegd van een 33.000 dwt tanker met bouwnummer 605. Deze tanker, genaamd Reza Shah the Great, zou als eerste nieuwbouwschip op 15 juli 1958 van de nieuwe helling van stapel lopen.

1960 – Vliegdekschip Minas Gerais

Verolme was erin geslaagd de order voor de verbouwing en modernisering van de Minas Gerais in de wacht te slepen in juli 1957. Deze megaorder, die een waarde vertegenwoordigde van 27 miljoen Amerikaanse dollars, zou de werf meerdere jaren werk bezorgen. De eerste technische proefvaart vond plaats in 1960. Alles bleek perfect te werken en op 13 januari 1961 kon de Minas Gerais weer als nieuw worden opgeleverd aan de Braziliaanse marine. Verolme had hiermee bewezen binnen de hiervoor gestelde tijd een heel complex project te kunnen uitvoeren.

1961 – Bouw grote tankers

Rond 1960 bleek oliemaatschappij Esso in de markt voor de bouw van een aantal nieuwe tankers. Schepen van 80.000 tot 90.000 dwt. Voor de VDSM-werf leidde dit tot de bouw van drie tankers, die op dat moment in hun soort tot de grootste van de wereld behoorden.
De eerste twee, de Esso Hampshire en de Esso Libya, werden voor het Esso-concern in de Verenigde Staten gebouwd en de derde, de Esso Den Haag, voor Esso Nederland. De drie tankers werden na elkaar in het Koningin Wilhelmina Dok (Dok 1) gebouwd.

1966 – Volle werf

Drukke tijden voor de reparatieafdeling in juli 1966 met ruim tien schepen aan de werf. Op de voorgrond kruiser Zeven provinciën en het vliegdekschip Karel Doorman, beide van de Koninklijke Marine.

1970 – De aanleg van Dok 7

Voor Dok 7 moest een gigantische bouwput worden gegraven. Deze kreeg een lengte van 500 meter, een breedte van 170 meter en een diepte van 20 meter. In totaal moest 134.000 kubieke meter grond worden verplaatst. In april 1969 werd een begin gemaakt met het betonwerk. Er was zoveel beton nodig dat er op het werfterrein een eigen betonfabriek werd gebouwd. Hiermee kon per uur 120 kubieke meter beton worden geproduceerd. In totaal zou 175.000 kubieke meter beton worden verwerkt in het dok dat een lengte kreeg van 405 meter, een breedte van 90 meter en een diepte boven de kielblokken van 12,5 meter. Op 16 december 1970 was het mammoetdok volledig operationeel en vond in het bijzijn van persmensen uit binnen- en buitenland een proefdokking plaats met de VLCC Esso Europoort, een 348 meter lange tanker van 255.000 dwt die op de nabijgelegen nieuwbouwhelling was gebouwd.

1971 - Fusie

Begin 1971 stuurde een advies commissie van de regering aan op een fusie tussen het Verolme-concern en de Rijn-Schelde Groep. De grote scheepsbouw in Nederland werd gebundeld in de Rijn-Schelde Verolme (RSV) Groep. Al snel bleek dat met name de winst die de Verolme-bedrijven maakten, de kurk was waarop RSV dreef. Enkele jaren later zouden nog uitsluitend de Verolme-bedrijven voor positieve bijdragen zorgen. Met name de oliecrisis in 1973 had tot gevolg dat er voor zowel de scheepsnieuwbouw- als scheepsreparatiesector slechte tijden aanbraken. De reparatieafdeling van de VDSM-werf wist zich nog redelijk te redden, maar bij veel van de andere RSV-bedrijven werden forse verliezen geleden.

1975 - Nieuwe markt

De offshore-industrie had haar intrede gedaan in Noordwest-Europa en dit betekende dat er in deze regio steeds meer booreilanden, kraanschepen, pijpenleggers en andere hulpvaartuigen aan het werk gingen. Ook de Verolme-werf kreeg op het gebied van zowel reparatie als nieuwbouw met deze nieuwe industrietak te maken. Een goed voorbeeld hiervan was de grote verbouwing van de Derrick Barge 22, die in november 1974 aan de werf kwam. Dit kraanvaartuig diende met een nieuwe 880-tons kraan te worden uitgerust. Voordat deze kraan kon worden geïnstalleerd, moest er eerst een nieuwe zware kraanfundatie worden gebouwd. Verder werd van het vaartuig het drijfvermogen door het aanbrengen van extra drijfkasten verhoogd, werd de accommodatie gerenoveerd en moesten er een nieuw helikopterdek en nieuwe lieren worden geïnstalleerd. De opknapbeurt van de Derrick Barge 22 vergde in totaal 4.000 ton staal en werd voor het overgrote deel in Dok 6 uitgevoerd. In mei 1975 kon de Derrick Barge 22 weer aan haar Amerikaanse eigenaar worden opgeleverd. Een ander voorbeeld was het halfafzinkbare booreiland Stadrill dat op 27 december 1975 met flinke bodemschade aan de stuurboordfloater bij de werf arriveerde. De boorgigant werd voor reparatie drooggezet in Dok 7.

1976 - Bouw zelfheffende booreiland

De bouw van een zelfheffend booreiland Panon. Opdrachtgever hiervoor was de staatsonderneming INA-Naftaplin uit Joegoslavië. De kiellegging vond plaats op 22 juli 1976. De lengte van de romp was 64 meter en de breedte bijna 55 meter. Al in september werd de Panon gedoopt en te water gelaten en begin 1977 kon het eiland worden overgedragen aan de eigenaar en naar de Adriatische Zee worden versleept.

1978 - Bedrijfsschool

Leerlingen van de bedrijfsschool gefotografeerd voor Hal F in 1978. Voor de afdelingen scheepsnieuwbouw en scheepsreparatie waren bij de start van de werf veel nieuwe mensen nodig, die in de gehele regio Rotterdam werden geworven. Jongeren die rechtstreeks van de ambachtsschool kwamen, kregen eerst op de Bedrijfsschool een twee- of driejarige vakopleiding metaalbewerken in de scheepsbouw of machine-bankwerken, resulterend in een diploma. Vakmensen konden gelijk doorstromen naar voornoemde afdelingen, terwijl degenen die dit niet waren, werden omgeschoold.

Pagina's